FASHION MACHINE | CONNY GROENEWEGEN

FASHION MACHINE | CONNY GROENEWEGEN

FASHION MACHINE | CONNY GROENEWEGEN

Conny Groenewegen werkt vrijwel altijd vanuit de draad. Met haar breisels maakt ze gebruik van de verschillende eigenschappen van de garens. Hierdoor weet ze platte breisels om te vormen tot sculpturale vormen. Het concept en onderzoek is leidend in de ontwerpen van Conny of dit nu gaat om haar eigen collecties of de installaties die ze maakt. Zo was er werk van haar te zien in het Tijdelijk Modemuseum van Het Nieuwe Instituut in Rotterdam. Het project van Conny ging ze uit van de steeds maar doorgaande machine van de mode-industrie en de afvalberg die dit met zich meebrengt. Dit vertaalde ze tot een ‘Fashion Machine’ die over de hele bovenverdieping werd uitgerold.

Fleece is een materiaal gemaakt van gerecyclede PET flessen. (Leer meer over Fleece op deze pagina.) Fleece heeft helaas niet een heel positief imago het wordt gezien als een niet erg modische stof. Daarbij is het ook lastig om fleece producten een nieuw leven te geven: Ze zijn niet gewild in de tweedehands markt - ook niet voor de Oost Europese, Afrikaans en Indiase markten. Daarbij kan de stof niet nog een keer gerecycled worden. We blijven daarom met een enorme berg fleece zitten elk jaar. Daarom vond Conny het interessant om met deze afvalstroom aan de slag te gaan.

Haar installatie maakt het productiemechanisme en de schaal van de Fast Fashion industrie voelbaar. Een groep vrijwilligers ging aan de slag om gigantisch breiwerken te maken. De volledige bovenverdieping was een ware sweatshop. Elke trui ging eenzelfde stappenplan door. Eerst werden alle truien op kleur gesorteerd, vervolgens zo geknipt dat er een draad van 8 tot 12 meter ontstond per trui. Deze werden op grote spoelen gewonden en vervolgens om elkaar gedraaid - getwijnt - tot een stevig touw. Deze werden op grote breimachines tot lange lappen en rondgebreide matrassen gemaakt.

Foto's door Ralph Vaessen

Foto's door Ralph Vaessen

7-color-sorted-fleece-spindles.jpg

De hele bovenste verdieping was zo een ‘Fashion Machine’ geworden, waarbij de bezoeker ook zelf deel kon nemen. Zo werd de ontransparante textielindustrie tastbaar en zichtbaar gemaakt. Ook kwam de massaliteit van de afvalstromen van de industrie naar voren. Grote vlaggen hingen als breisels vanaf de balustrades naar beneden en meterslange gebreide matrassen bedekte de vloeren. Het banale materiaal veranderde constant van vorm en kreeg door de groei een bijna activistische uitdrukking in de ruimte. Modevormgever Conny Groenewegen werkte tijdens deze expositie samen met grafisch vormgever Rudy Guedj. Hij legde visueel de cijfers van José Teunissen vast over de mode-industrie. Hier is ook een gratis online publicatie van gemaakt die je hier kunt lezen.

filosofie-gedachten.png
recycle.png

Met het 'Tijdelijk Modemuseum' wilde het Nieuwe Instituut de veelzijdigheid van de mode-industrie laten zien. Conny wilde hiermee de 'vieze' achterkant van de industrie beeldend maken. Hiermee probeert ze bewustzijn te creëeren voor de groeiende afvalhoop en de - negatieve - impact die mode heeft. Hierbij wordt de visuele vertaling ondersteund door de posters met harde feiten over de industrie.

 

Met dit project heeft Conny 800 kilo fleecevesten gered van de verbrandingsoven en omgezet tot onder andere mooie matrassen. Er waren meerdere bezoekers die interesse toonden in deze items. Ze waren niet alleen esthetisch mooi om te zien. Ze lagen/zaten ook heerlijk.

connygroenewegen.com

headerfoto: Johannes Schwartz